Tot ziens daarboven, het verhaal dat de vele ex-soldaten uit WOI een gezicht geeft.

De leesclub van #Bibternat trekt je met je boekje uit je hoekje en bespreekt vier keer per jaar een roman. Vorige keer op het programma: ‘Tot ziens daarboven’ van Pierre Lemaitre. ‘Tot ziens daarboven’ vertelt het verhaal van twee soldaten, Albert Maillaid en Edouard Péricourt, die de oorlog ternauwernood overleefd hebben. Albert, een eenvoudige jongen, meeloper en trage denker. Edouard, een flamboyante kunstenaar en zoon van een rijke bankier hebben op het eerste zicht niets met elkaar gemeen.

Herfst 1918, de oorlog loopt op zijn einde en de legers aan beide kanten zijn het vechten moe. Zo ook Soldaat Albert Maillaid. Het liefst wil hij gewoon de oorlog uitzitten, rustig, al rokend en brieven schrijvend.

‘Want als laatste doodgaan is hetzelfde als als eerste doodgaan, lulliger bestaat niet’.

Dat is echter buiten luitenant Henri d’Aulnay- Pradelle gerekend. Pradelle, een telg van een verarmd adellijk geslacht voor wie enkel persoonlijk gewin telt, ziet de oorlog als een opstapje naar rijkdom en een heldenstatus. Alvorens die heldenstatus te bereiken, moet er natuurlijk eerst nog een heldendaad worden verricht en hiervoor wil hij nog een laatste offensief tegen de Duitsers uitvoeren. Pradelle stuurt de oudste en de jongste soldaat van het peloton op verkenning en schiet ze vervolgens zelf in de rug. Deze actie ontketent, zoals Pradelle gehoopt had, een golf van vuurgevechten. Waar Pradelle echter geen rekening mee gehouden had, was Albert. Als bij ‘toeval’ was Albert getuige van deze oorlogsmisdaad maar alvorens hij de consequenties hiervan ten volle beseft wordt hij al door Pradelle in een granaattrechter geduwd en levend begraven. In een mum van tijd bevindt hij zich onder de grond naast een ontbindende paardenkop.

“De granaat heeft, toen hij een gat in de grond sloeg, één van de dode knollen opgegraven die op het slagveld liggen te verrotten, en het hoofd ervan bij Albert afgeleverd.  En nu liggen de jongeman en het dode paard tegenover elkaar, kussen elkaar bijna.”

Lemaitre slaagt erin je als lezers bij de keel te grijpen en niet meer los te laten. Hij schuwt de nodige zwarte en zelfs droge humor niet, wat de roman wat extra karakter geeft. Ook maakt deze humor de roman ondanks het toch wel zware thema, vlot leesbaar. Zelfs wanneer de personages zich in de meest hachelijke situaties bevinden, blijf je als lezer hierdoor de ironie inzien.

“De moffen proberen hem al vier jaar te doden, maar ze zijn er niet in geslaagd en nu is het een Franse officier die het doet”.

Wat volgt is een heuse doodstrijd, ook opnieuw met de nodige humor becommentarieerd door de alwetende verteller. Deze verteller fungeert bijna als een op zichzelf staand personage. Eens je hieraan gewend bent, geeft hij wat meer flavour aan de personages en maakt ze kleurrijker.

Albert Maillard, soldaat, is zojuist gestorven.’

Maar… Is dit wel zo? Het ‘toeval’ wil namelijk dat Edouard in de buurt is en hij redt Albert op het nippertje. Wel raakt Edouard bij deze reddingspoging ernstig gewond. Een granaatscherf raakt hem in zijn gezicht en blaast het half weg.  

Over een soort van vriendschap dat leven redt

De eerste wereldoorlog heeft van Frankrijk een ruïne gemaakt. Ook Albert en Edouard komen er zwaar gehavend uit en te midden van de verwoesting proberen ze de draad van het gewone leven weer op te pakken. Beide zijn ze alles kwijtgeraakt. Edouard verloor zijn halve gezicht en moet net als zoveel anderen door het leven als gueule cassée, Albert heeft de dood én het kwaad recht in de ogen gekeken. Jammer genoeg stopt de ellende niet, met het einde van de oorlog.  Zo wil Edouard, die weigerde een gezichtstransplantatie te laten uitvoeren, niet terug naar zijn welstellende maar autoritaire vader. Albert helpt hem door middel van een identiteitsverwisseling aan een andere naam en neemt vervolgens de zorg voor Edouard op zich.

In een kapotgeschoten land dat de oorlog zo snel mogelijk wil vergeten en niet weet hoe het met de gevolgen ervan moet omgaan, zijn de twee op elkaar aangewezen. Wegens helse pijnen verslaaft aan de morfine en in schrijnende armoede, omdat de Franse staat bijna niets voor de teruggekeerde soldaten deed, trachtten ze een menswaardig bestaan op te bouwen in het naoorlogse Frankrijk. Ze voelen zich bedrogen en verstoten door de maatschappij en samen verdwijnen ze in de anonimiteit.

In schril contrast met het leven van Albert en Eduoard staat dat van Pradelle. Hij is intussen geworden wat hij altijd al wilde namelijk: een oorlogsheld. Ook is hij bezig zichzelf te verrijken. Er worden miljoenen uitgegeven om de doden een laatste rustplek te geven, en Pradelle zorgt dat hij er met zijn schimmige bedrijf tussen komt te zitten. Hij schuwt geen afpersing en is creatief. Zo mogen de doodskisten best tientallen centimeter te kort zijn, om kosten te besparen en of de juiste persoon in het juiste graf terecht komt is ook geen prioriteit. Daarnaast is Pradelle ook geheel toevallig getrouwd met de rijke zus van Edouard, die natuurlijk in de veronderstelling verkeert dat haar broer om het leven is gekomen en netjes begraven ligt in het familiegraf. Op deze manier worden de levens van de hoofdpersonages meer en meer met elkaar verweven en het moment dat de vader en zus van Edouard er achter komen dat hij nog in leven is, komt steeds dichterbij.

F*ck de samenleving

Het personage van Edouard heeft een eerder symbolische rol. Het personage dat na de oorlog niet meer was, niet meer kan zijn. Letterlijk, want hij verloor zijn gezicht en hiermee gepaard ook zijn identiteit. Edouard wordt beroofd van elke representatie van zichzelf, kan zichzelf niet meer zien en kan zichzelf niet meer herkennen. In een land dat de doden herdenkt, maar de overlevende soldaten lijkt te zijn vergeten voelt Edouard zich dan ook aan zijn lot overgelaten. Om de samenleving een lesje te leren bedenkt hij een verbluffend bedrieglijk plan om grof geld te verdienen aan de verheerlijking van de oorlog en de herdenking van de doden.

Als lezer ben je getuige van twee vergelijkbare vormen van oplichting, zowel Albert en Edouard als Pradelle frauderen en bedriegen erop los. Toch heb je als lezer meer sympathie voor de underdogs, Albert en Edouard. Albert, goedaardig van karakter maar gedwongen tot wandaden door het onrecht dat de samenleving hem aandoet en Edouard, een kunstenaar zonder gezicht, die tijdens de oorlog alles is kwijtgeraakt.
Dit hoeft ook niet te verbazing. Typerend voor de personages van Lemaitre is: ‘de goede blijven goed en de slechte blijven slecht’. Hij bespaart je als lezer moeilijke morele dilemma’s. Het is de doortrapte, carriérebeluste verrader, die letterlijk over lijken gaat en ook nog eens met het rijke meisje weet te trouwen versus de zachtaardige goedzak uit de goot met het gouden hart.

Historische roman?

Hoewel ‘Tot ziens daarboven’ zich afspeelt in en vlak na de oorlog, is het zeker geen oorlogsroman. Ook de term historische roman doet het verhaal geen eer aan. Want hoewel het verhaal losjes gebaseerd is op historische feiten, is het zwaar geromantiseerd. Het doel van Lemaitre was dan ook niet om de geschiedenis te reproduceren, maar om een waarheid bloot te leggen door middel van fictie én met de vrijheid die een romancier geniet. Er valt niet te ontkennen dat Lemaitre wel degelijk een vinger op de wonde legt. Aan de hand van het lot van de twee soldaten laat hij zien dat Frankrijk na de oorlog geen idee had hoe het met zijn ex-soldaten moest omgaan en ze dan maar voor een groot stuk in de kou liet staan. Dit in groot contrast met de miljoenen die worden uitgegeven om de doden te herdenken. Is het een boek dat de meeste deelnemers van de leesclub, inclusief ikzelf, opnieuw zal lezen? Nee. Is het een boek dat een zekere indruk nalaat en stemt tot nadenken? Zeker wel!

Tot ziens daarboven, geschreven in 2013 en winnaar van de belangrijkste Franse literatuur prijs, de Prix Gongourt. Tot ziens daarboven, een roman over fraude en bedrog en over overleven in een maatschappij die niet terug wil kijken naar doorstane misère. Maar ook een roman over het soort van vriendschap dat levens redt.

Wil je ook eens komen meepraten over een boek? De volgende sessie van de leesclub vindt plaats op dinsdag 2 april. Volgende boeken staan op het programma: 

Geef een reactie